Een muziekliefhebber die serieus wil worden genomen, kan maar beter niet beginnen over The Kinks. Ik herinner me een gitaarleraar die alleen van klassieke gitaarmuziek hield, maar een uitzondering maakte voor de liedjes van de Beatles. Tijdens een van de lessen gaf hij er blijk van dat hij de muziek van Ray & Dave Davies niet kende, waarna ik hem de volgende les een zelf gebrande cd gaf met wat hoogtepunten. Een week later gaf hij mij het schijfje terug, met een wat vies gezicht en begon hij nog maar eens over de harmonieën van Lennon & McCartney.
In het gelukkig eeuwigdurende Beatles vs Stones-debat krijg je geen spreektijd meer en wordt je microfoon resoluut dichtgedraaid als je erop wijst dat de band uit Muswell Hill in het noorden van London van invloed is geweest op drie stromingen in popmuziek.
Twee Kinks-liedjes zijn daar schuldig aan.
You Really Got Me, of eigenlijk de opgepompte coverversie uit 1978 door Van Halen. De gillende gitaar, de in kathedraalecho opgezwollen vocalen en stadionrock drums zijn veel te veel voor de goed ingevoerde luisteraar.
De live-versie van Lola die een jaar later een grote hit werd, deed de reputatie van de Kinks geen goed. Het meezingen, de wat melige vertelling over een man die een vrouw ontmoet die misschien toch een man blijkt te zijn, ook dit ging veel te ver.
Hierbij wil drie stellingen poneren, die mijn mogelijke status als muziekkenner vast meteen ten gronde richten, maar ik werkelijk achter sta.
Zonder Kinks geen garagerock
Een wat lastig te verdedigen stelling. Toch, I’m Not Like Everybody Else werd in 1968 opgenomen door The Chocolate Watchband. De blik van de outsider die overtuigd is van zijn anders dan iedereen zijn en zich nergens op wil laten vastleggen, werd het model voor die Amerikaanse bandjes. Toen eind jaren ’80 de Nuggets-schatkist werd herontdekt, keerde het nummer automatisch weer terug in de setlists van revivalbandjes als de Nomads en de Chesterfield Kings. Het is ook een geweldig nummer.
The Kinks
The Chocolate Watchband
Zonder Kinks geen power pop
Wie bekend is met Big Star of The Knack weet wat dit genre omvat, puntige songs gespeeld met standaard bezetting van drums, gitaar en bas. Meerstemmige vocalen. Energiek en aanstekelijk. Ray Davies bedacht het sjabloon met Till The End of the Day, met All Day and All of the Night en met - nog beter - Better Things. The Knack met My Sharona en The Nerves of Blondie zo u wil met Hanging on the Telephone deden het na. Bijna alles van Fountains of Wayne, die natuurlijk Better Things coverden.
Op Remember the Lightning noemt S.W. Lauden zes power pop albums uit 2003 die nog steeds de moeite waard zijn. Aan dat lijstje zou ik deze albums willen toevoegen, alle drie uit 2003:
- Blitzen Trapper - ST
- Irving - Good Morning Beautiful
- The Greenhornes - Dual Mono
Kinks
Ik kan de setlist van mijn Kinks-compilatie (nog) niet terug vinden maar All Day and All of the Night en Till the End of the Day zullen er vast op hebben gestaan. Twee rockende nummers met agressieve gitaarriffs. In mijn mix heb ik gekozen voor een live-versie van Till the End of the Day, afkomstig van Live at Kelvin Hall. De meeste Kinks-albums zijn onevenwichtig, zelfs de door de Engelse pers geroemde lp's Arthur en in mindere mate The Village Green Preservation Society. Een ironisch nummer als Dedicated Follower of Fashion is geestig maar werkt op de zenuwen na een paar keer draaien.
the Greenhornes
The Greenhornes is een wat onderschatte band die tussen 1996 en 2012 albums uitbracht. Bassist Jack Lawrence en drummer Patrick Keeler traden in 2006 toe tot de Raconteurs, de band van Jack White en Brendan Benson. Leden van de band werkten mee aan het solodebuut van Kim Deal.
Fountains of Wayne
Fountains of Wayne is de band van Adam Schlesinger, een van de meest getalenteerde Amerikaanse liedjesschrijvers van de laatste dertig jaar. Hij schreef drie nummers voor The Wonders, de jaren '60 persiflage voor Tom Hanks's film That Thing you Do. Die titelsong past heel goed in die film als een achteloos bedacht liedje van een jonge band, maar heeft alle elementen van een garage rock-classic. Schlesinger was helaas een van de eerste corona-slachtoffers in de VS, waardoor we het zonder nieuwe liedjes van hem moeten doen. Maar niet getreurd, de vijf albums van FoW staan vol met aanstekelijke riffs en fraai gezongen liedjes over modern leed, en zelfs het restjes-album Out of State Plates (2005) is een aanrader.
Irving & Blitzen Trapper
De invloed van de Kinks is goed te horen bij de indiebands Irving en Blitzen Trapper. Beide indiebands hebben een goed gevoel voor de combinatie van melodie en riffs die de bands van de Britse invasie in de VS zo aantrekkelijk maakte. Irving was actief tussen 1998 en 2006, waarin ze twee leuke albums uitbrachten. De twee nummers in mijn mix komen van hun debuutalbum. Blitzen Trapper bracht twaalf albums uit, die wat wisselend van kwaliteit zijn maar steeds getuigen van durf.
Sloan
Sloan is een Canadese band waarover ik al eerder schreef. Ze brachten meer dan 10 albums uit die vrij constant goed van kwaliteit zijn. Alle leden dragen liedjes bij en wisselen soms van instrument. Hier en daar gaan ze voor mijn smaak te veel richting Status Quo-rock, maar in de meeste nummers houdt een gitaarlijntje de boel overeind.
Big Star
Big Star een power pop bandje noemen zou geen eer doen aan hun rijke oeuvre. Toch hebben ze redelijk wat power pop-achtige nummers geschreven, zoals de twee nummers van hun vierde album In Space, Best Chance We've Ever Had en Do You Wanna Make It. Ik had ook In the Street kunnen kiezen, het nummer dat de makers van That '70 Show kozen als thema voor hun serie.
dB's
Peter Holsapple en Chris Stamey zijn grote Kinks-fans, niet voor niets deden zij mee aan The Kinks' Village Green Autism Think Tank Benefit Concert, een eerbetoon aan de Kinks en een benefietconcert voor onderzoek naar autism. Vrijwel alle muziek van de dB's kan ik aanbevelen, maar Repercussion is hun beste. Door mij volstrekt genegeerd toen het uitkwam - ondanks de cassette die erbij zat - maar inmiddels zo goed bevonden dat ik er ongemerkt twee exemplaren van kocht. De solo-carrière van Stamey was geen groot succes, maar The Summer Sun en 14 Shades Of Green zijn zeer fraaie liedjes die een groter publiek verdienen.
Playlist
- Kinks - Till The End Of The Day
- Greenhornes - Gonna Get Me Someone
- Fountains of Wayne - Bright Future In Sales
- Fountains of Wayne - Hackensack
- Irving - L-O-V-E
- The Wonders - That Thing You Do!
- Irving - Turn of the Century
- Blitzen Trapper - Ansel & Emily Desader
- Blitzen trapper - Triggafinga
- Chris Stamey - The Summer Sun
- dB's - Not Cool
- Chris Stamey - 14 Shades Of Green
- Big Star - Best Chance We've Ever Had
- Sloan - I'm Not Through With You Yet
- Big Star - Do You Wanna Make it
- Kinks - All Day And All Of The Night
- Sloan - You've Got A Lot On Your Mind
Zonder Kinks geen britpop
Luister naar The Village Green Preservation Society en je hoort Blur, Oasis, Pulp. Het is te horen in de productie met die rollende drums voorin de mix, maar vooral in de beschrijving van het alledaagse, toch vrij absurde Engelse leven. Toen Pulps voorman Jarvis Cocker het fraaie Common People schreef moet hij aan Davies hebben gedacht. Kan niet anders. Later zou Alex Turner van Arctic Monkeys nog eens dunnetjes het werk van Cocker overdoen, maar dan met een wat punkrockier vibe - als dat een woord mag zijn.
Die drie stellingen gaan net zo goed op voor de Beatles, de Stones of Them voor mijn part. Eigenlijk doet het er ook niet toe, een mooi nummer is al genoeg om een band van waarde te laten zijn. Bij de Kinks zijn dat er een album of compilatie vol.